Container Centralen — Data en BI als fundament voor dagelijkse besluitvorming in een logistieke organisatie

In logistieke organisaties ontstaat complexiteit vaak geleidelijk. Meer klanten, meer beweging, meer uitzonderingen. Wat ooit overzichtelijk was, raakt versnipperd over afdelingen, systemen en rapportages. Beslissingen worden nog steeds genomen, maar steeds vaker op basis van deelbeelden. Binnen Container Centralen speelde dit op meerdere niveaus. Operationele teams, finance en management beschikten over veel data, maar misten een gezamenlijk en actueel beeld. De behoefte was niet aan méér rapportages, maar aan houvast voor dagelijkse sturing.

Overview

Het werk richtte zich op het opzetten en doorontwikkelen van end-to-end data- en BI-oplossingen voor logistieke, financiële en operationele processen. De rol bevond zich op het snijvlak van data engineering, analyse en business intelligence, met verantwoordelijkheid voor zowel inhoud als samenhang.

De werkzaamheden bestonden onder andere uit:

  • Ontwerp en beheer van data pipelines, ETL-processen en datamodellen

  • Integratie van data voor Finance, Operations, Marketing, Supply Chain en IT

  • Ontwikkeling van operationele dashboards voor logistieke, financiële en HR-processen

  • Opzet van KPI-structuren voor performance, efficiëntie en datakwaliteit

  • Distributie van rapportages voor consistent gebruik binnen teams en management

  • Uitvoering van beschrijvende en voorspellende analyses op logistieke data

  • Analyse van geografische datasets om afwijkingen en patronen zichtbaar te maken

  • Inrichting van OTAP-omgevingen en gestructureerde deployments

  • Bijdrage aan Master Data Management initiatieven

  • Nauwe samenwerking met stakeholders en fungeren als inhoudelijk sparringpartner

Dashboards en analyses werden op dagbasis gebruikt voor operationele aansturing en besluitvorming.

De uitdaging

De uitdaging zat niet in het ontsluiten van data, maar in het organiseren van gedeeld begrip. Verschillende afdelingen keken naar dezelfde werkelijkheid, maar gebruikten andere definities en rapportages. Dat leidde tot discussie over cijfers in plaats van gesprekken over acties.

Daarnaast vergrootte internationale schaal de complexiteit. Logistieke bewegingen, financiële afwikkeling en operationele prestaties moesten vergelijkbaar zijn over landen en teams heen. Zonder duidelijke definities en betrouwbare datastromen ontstaat ruis, vertraging en onrust.

Het probleem was geen gebrek aan data of betrokkenheid, maar het ontbreken van één consistent kader voor sturing.

Het resultaat

Door data, definities en rapportages te structureren, ontstond een gezamenlijk referentiepunt. Teams konden sturen op dezelfde KPI’s, met dezelfde interpretatie, op basis van actuele informatie.

Dit leidde tot:

  • Meer rust in operationele besluitvorming

  • Minder discussie over cijfers en meer focus op oorzaken en verbeteringen

  • Dagelijkse sturing op logistieke en financiële prestaties

  • Betere zichtbaarheid van afwijkingen en knelpunten

  • Verbeterde datakwaliteit en herbruikbaarheid van inzichten

Data en BI werden daarmee geen rapportagefunctie, maar een vast onderdeel van hoe de organisatie werkt en beslissingen neemt.


Dit soort trajecten laten zien dat grip ontstaat wanneer informatie niet alleen beschikbaar is, maar ook gedeeld en begrepen wordt.